Vrijdag 19 mei organiseert het Humanistisch Verbond Nijmegen een lezing, gegeven door Jan Bransen, filosoof aan de Radboud Universiteit, over het organiseren van de democratie: ‘Meent het volk wat het zegt?’

Er is veel ophef, onvrede en onduidelijkheid over de relatie tussen volksvertegenwoordigers en het volk dat zij zeggen, beogen of behoren te vertegenwoordigen. Sommigen menen dat deze kwestie vermeden kan worden door gebruik te maken van het referendum, een politiek instrument dat een rechtstreekse raadpleging van het volk pretendeert te zijn.
Jan Bransen verzet zich tegen het referendum
In deze voordracht verzet Jan Bransen, filosoof aan de Radboud Universiteit,  zich tegen het idee van een referendum of volksraadpleging. Daarbij heeft hij het vooral over het verschil tussen het vormen van een mening en het uiten van een mening. Een referendum kan slechts een uiting zijn. Het is een momentopname waarin een principieel toevallige meerderheid zichtbaar wordt. Een mening die op zo’n toevallig moment geuit wordt, kan niet de mening van het volk zijn. Daar is veel meer voor nodig dan een eenmalige uitspraak. Zo’n uitspraak is slechts de opening voor een gesprek.
Constituerende en richtinggevende gesprekken
Dat gesprek zal gevoerd moeten worden en dat vraagt principieel om volksvertegenwoordigers die met elkaar, in het licht van de traditie en de toekomst, een constituerend en richtinggevend gesprek voeren. Die vertegenwoordigers moeten zich de toevalligheid van hun verkiezing goed realiseren. Zij moeten doordrongen zijn van hun taak: het gesprek permanent voortzetten. In dat gesprek gaat het niet primair om besluitvorming maar om meningsvorming. Dat is een democratie, een voortgaand gesprek, geen toevallige momentopname.
Jan Bransen geeft een paar voorbeelden van zulke gesprekken, van hun deelnemers, hun onderwerp en hun institutionele inbedding.
Wanneer, waar, toegang

Aanvang: vrijdag 19 mei, 20.00 – 22.00u
Plaats: Café Groenewoud, Groesbeekseweg 227
Toegang: gratis